Edward Jansen · 7 mars 2026
Je voelt geen gender maar iets anders
Niemand weet hoe het voelt om man of vrouw te zijn. Wat mensen werkelijk ervaren is een gevoel dat er iets niet klopt. De vraag is niet "ben ik van het andere geslacht?" maar "wat is er werkelijk aan de hand?"

Twijfel je, heb je spijt, letsel of ben je aan het detransitioneren?
Neem vertrouwelijk contact opVeel jongeren die worstelen met hun identiteit, omschrijven hun gevoel met woorden als: "Ik voel me meer een meisje dan een jongen" of "Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik eigenlijk een vrouw ben." Die omschrijving klinkt duidelijk en wordt in spreekkamers, op scholen en in talkshows zonder verdere vraagtekens overgenomen. Maar als je er taalkundig en psychologisch goed naar kijkt, beschrijft ze iets wat eigenlijk niet mogelijk is — en juist die onmogelijkheid is de sleutel om te begrijpen wat er werkelijk gebeurt.
Wat betekent het om je "als vrouw" te voelen?
Stel jezelf de vraag: hoe voelt het om vrouw te zijn? Het eerlijke antwoord is dat niemand dat weet. Er is geen innerlijke ervaring van "vrouwelijkheid" of "mannelijkheid" die je met een ander kunt vergelijken. Wat mensen hebben, zijn lichamen, hormonen, levensloop-ervaringen en sociale rollen — maar geen uniek herkenbaar gevoel dat je kunt isoleren en benoemen als "zo voelt het om vrouw te zijn."
Wie zegt "ik voel me een vrouw", verwijst dus per definitie niet naar een innerlijke vrouwelijkheid (die hij of zij nooit heeft kunnen ervaren), maar naar een verzameling stereotypen, fantasieën en projecties over wat vrouw-zijn zou zijn. Psychoanalytica Alessandra Lemma beschreef dit in International Journal of Psychoanalysis (2018) als een verschuiving waarbij het lichaam de drager wordt van een innerlijk conflict dat elders ligt.
Wat je wél kunt voelen
Wat mensen die genderdysforie rapporteren, wél voelen, is reële en serieus te nemen ervaring: onbehagen in het eigen lichaam, het gevoel er niet bij te horen, angst of vervreemding rond de puberteit, ongemak met de rolverwachtingen die aan hun geslacht worden gesteld, walging van seksualisering. Al die gevoelens zijn echt. Maar ze vertellen niet automatisch iets over iemands geslacht. Ze vertellen dat er iets speelt.
Jungiaans analytica Lisa Marchiano documenteerde in Psychological Perspectives (2017, "Outbreak: On Transgender Teens and Psychic Epidemics") hoe jonge meisjes hun innerlijke onrust gingen vertalen in een gender-narratief omdat dat narratief in hun omgeving beschikbaar en bevestigd werd. De onrust was echt; de verklaring was geleend.
Het gevoel als startpunt, niet als eindpunt
Er zijn vele redenen waarom iemand zich ongemakkelijk kan voelen in zijn eigen huid: trauma, autisme, angststoornissen, depressie, eetstoornissen, pestgedrag, seksueel misbruik, verwarring over seksuele oriëntatie, dissociatie, hechtingsproblematiek. Elk van deze oorzaken kan leiden tot een diep gevoel van "dit klopt niet" en "dit lichaam is niet van mij". Maar de behandeling verschilt fundamenteel per oorzaak.
Hormonen en operaties zijn voor geen van deze onderliggende situaties de juiste eerste stap. De Cass Review (2024) concludeerde na een systematische analyse van de internationale literatuur dat de bewijsbasis voor medische transitie bij minderjarigen "opvallend zwak" is en dat psychische comorbiditeit bij verwijzingen naar genderklinieken structureel onderbelicht bleef.
Het ROGD-patroon
Lisa Littman beschreef in PLOS ONE (2018) een patroon waarbij genderdysforie plotseling opkomt rond de puberteit, vaak in clusters van vriendinnen, vaak na intensief sociale-media-gebruik, en vaak bij jongeren met voorafgaande psychische problematiek. Dit "rapid-onset" patroon staat haaks op het klassieke beeld van levenslange, vroeg-kinderlijke dysforie waarop de behandelprotocollen oorspronkelijk gebaseerd zijn.
Stephanie Winn, Sasha Ayad en Lisa Marchiano — alle drie therapeuten die met deze populatie werken — beschrijven in When Kids Say They're Trans (2023) dat het gendernarratief voor veel jongeren werkt als een verklaringsmodel dat alles wat moeilijk is in één keer betekenis geeft: de eenzaamheid, het anders-zijn, het niet-passen, de seksuele onrust. Dat het narratief voldoening geeft, betekent niet dat het waar is.
De juiste vraag stellen
Als een jongere zegt "Ik voel me een meisje terwijl ik een jongen ben", dan is de meest helpende reactie niet: "Dan ben je transgender." De meest helpende reactie is nieuwsgierigheid: "Wat bedoel je daarmee? Hoe voelt dat? Wanneer begon dat? Wat speelt er in je leven? Wat is er gebeurd? Met wie praat je hierover online?"
Een goede behandelaar bevestigt niet meteen de zelfdiagnose, maar onderzoekt wat eronder ligt. Dat is geen ontkenning van het gevoel — het is het gevoel serieus nemen als een signaal in plaats van als een conclusie.
Conclusie
Het gevoel "ik ben in het verkeerde lichaam geboren" is geen waarneming van een biologisch feit; het is een interpretatie van pijn. Die pijn verdient aandacht. Die interpretatie verdient onderzoek. Wie de interpretatie kritiekloos overneemt en omzet in een onomkeerbaar medisch traject, helpt het kind niet — die bevestigt een verklaring die de echte oorzaak buiten beeld houdt.
Bronnen:
- Cass Review (2024). Final Report. cass.independent-review.uk
- Marchiano, L. (2017). "Outbreak: On Transgender Teens and Psychic Epidemics." Psychological Perspectives, 60(3).
- Littman, L. (2018). "Parent reports of adolescents and young adults perceived to show signs of a rapid onset of gender dysphoria." PLOS ONE, 13(8).
- Lemma, A. (2018). "Transgender identities: A contemporary introduction." International Journal of Psychoanalysis.
- Ayad, S., O'Malley, S. & Marchiano, L. (2023). When Kids Say They're Trans: A Guide for Thoughtful Parents.
Transspijt





