
Spijt van je transitie? Je bent niet alleen
Spijt van een geslachtstransitie is een zwaar en eenzaam gevoel — juist omdat er weinig over wordt gepraat. Toch overkomt het meer mensen dan de cijfers van klinieken doen vermoeden. Op deze pagina vind je herkenning, uitleg en hulp.
Twijfel je, heb je spijt, letsel of ben je aan het detransitioneren?
Neem vertrouwelijk contact opHoe ontstaat spijt na een transitie?
Spijt — internationaal transition regret genoemd — kan om verschillende redenen ontstaan: de transitie loste het onderliggende leed niet op, het besef dat de gevoelens samenhingen met seksualiteit, trauma of autisme, complicaties van behandelingen, of het gevoel achteraf onvoldoende te zijn geïnformeerd. Spijt kan gaan over de hele transitie of over één onderdeel, zoals een operatie of hormonen.
Onder de noemer transitie vallen heel verschillende stappen, en spijt kan op elk van die niveaus opduiken — los of in combinatie. Het helpt om die lagen uit elkaar te trekken, omdat de gevolgen en herstelopties per laag verschillen.
Verschillende vormen van spijt
Medische spijt
Spijt over hormonen (puberteitsremmers, testosteron, oestrogeen) of operaties (mastectomie, vaginoplastiek, falloplastiek, FFS). Vaak komt het besef wanneer onomkeerbare lichamelijke veranderingen tegenvallen of complicaties optreden — een dieper stemtimbre dat blijft, verlies van borstgevoel, chronische pijn, problemen met seksualiteit of vruchtbaarheid. Zie onomkeerbaarheid.
Sociale spijt
Spijt over een nieuwe naam, coming-out, gebroken relaties, een online identiteit die niet meer past, of jaren waarin alles draaide om gender. Mensen beschrijven het verlies van wie ze zonder transitie hadden kunnen worden — vriendschappen, een professionele reputatie, contact met ouders of kinderen — en de uitputting van een rol blijven spelen die niet langer voelt als wie ze zijn.
Juridische spijt
Spijt over de gewijzigde geslachtsregistratie in de basisregistratie personen, een paspoort dat niet meer klopt, of administratieve sporen die overal opduiken. Terugzetten kan in Nederland sinds 2014 zonder operatie, maar vraagt nog steeds een deskundigenverklaring en een rechterlijke uitspraak — een traject dat voor wie net door de transitie heen is opnieuw belastend voelt.
Hoe spijt zich uit
Spijt is zelden een rustige conclusie. Het is meestal een opbouwend gevoel dat eerst wordt weggedrukt, omdat de prijs van toegeven hoog lijkt: de teleurstelling van naasten, het verlies van een gemeenschap, de vraag wat dan wel klopte. Pas wanneer het niet meer te ontkennen is, breekt het door — en dan vaak in een mengsel van klachten.
- Rouw om het oorspronkelijke lichaam, om verloren jaren, om vruchtbaarheid, om de versie van zichzelf die er nooit is geweest.
- Woede richting behandelaars, ouders, peers of online-figuren die de transitie hebben aangemoedigd zonder de risico's te benoemen.
- Isolement doordat de trans-gemeenschap doorgaans afstand neemt en de bredere omgeving het onderwerp mijdt.
- Somatische klachten — slapeloosheid, chronische pijn, hormonale ontregeling, lichaamsbeeldproblemen die niet weggaan met praten.
- Depressie die zwaarder kan zijn dan de oorspronkelijke dysforie, omdat er nu naast leed ook verlies én verantwoordelijkheid wordt ervaren.
- Suïcidaliteit die juist na de transitie kan oplopen. De Zweedse cohortstudie van Dhejne (2011) liet zien dat de suïcidesterfte onder mensen die een geslachtsbevestigende operatie hadden ondergaan over een follow-up van 30 jaar bijna twintig keer hoger lag dan in de algemene bevolking. Dat is geen bewijs dat transitie de oorzaak is — het laat wél zien dat transitie het leed niet wegneemt.
Spijt komt vaak pas na verloop van tijd
Spijt ontstaat zelden direct na een behandeling. Veel mensen beschrijven dat het besef pas jaren later komt, soms na een lange periode waarin ze vasthielden aan de hoop dat de gevoelens zouden veranderen. Juist daardoor onderschatten kortlopende studies en klinische cijfers het verschijnsel: wie pas na vijf of tien jaar spijt krijgt, valt buiten beeld. Ook keren mensen met spijt vaak niet terug naar dezelfde kliniek, waardoor hun ervaring niet wordt geregistreerd.
De grote cohortstudie van Wiepjes en collega's (2018) uit het VUmc volgde ruim 6.700 mensen die in Amsterdam in transitie gingen tussen 1972 en 2015. De gemiddelde tijd tussen de start van hormonen en het uitspreken van spijt — gemeten via het terughalen van de juridische geslachtsregistratie — bedroeg meer dan tien jaar. De auteurs concludeerden dat een follow-up van enkele jaren per definitie te kort is om spijt zichtbaar te krijgen. Dat verklaart waarom de cijfers die klinieken naar buiten brengen niet altijd het volledige beeld geven. Een feitelijk overzicht staat op de pagina cijfers.
Waarom behandelaars spijt minimaliseren
In voorlichtingsmateriaal van klinieken, belangenorganisaties en media verschijnt vaak het zinnetje dat "de regret rates zeer laag zijn — onder de 1%". Die formulering is misleidend omdat ze drie dingen door elkaar haalt: hoeveel mensen formele spijt rapporteren in de kliniek waar ze behandeld zijn, hoeveel mensen daadwerkelijk spijt voelen, en hoeveel mensen detransitioneren. De drie cijfers vallen niet samen.
- Lost to follow-up. In meerdere studies komt 20 tot 40 procent van de behandelde patiënten na een paar jaar niet meer opdagen. Wie weggaat omdat de behandeling tegenviel, telt niet mee in de teller.
- Smalle definities. Veel studies tellen alleen mensen die expliciet om een omkeeroperatie of een nieuwe juridische registratie vragen. Wie stopt met hormonen en stilletjes verdergaat, valt buiten de definitie.
- Korte follow-up. Bij een gemiddelde tijd tot spijt van 8 tot 11 jaar levert een studie met 2–5 jaar follow-up structureel een onderschatting op.
- Geen onafhankelijke meting. Klinieken meten hun eigen uitkomsten. Mensen met spijt mijden vaak het centrum waar de oorspronkelijke beslissing is genomen — uit schaamte, woede, of omdat ze er niet serieus zijn genomen.
- Verandering van populatie. De cohorten waaruit de lage percentages stammen, bestonden vooral uit volwassen mannen met levenslange dysforie. De huidige populatie — overwegend tienermeisjes en jonge vrouwen met recent ontstane dysforie, vaak met co-morbide autisme, trauma of psychiatrische problematiek — is daar slecht mee te vergelijken.
Het onafhankelijke Cass Review uit het Verenigd Koninkrijk (april 2024) concludeerde dat de bewijsbasis voor geslachtsbevestigende behandeling bij minderjarigen "remarkably weak" is, en dat lange-termijngegevens over uitkomsten — inclusief spijt en detransitie — grotendeels ontbreken. Op die basis claimen dat spijt zeldzaam is, is wetenschappelijk niet houdbaar.
Het affirmatieve model
Tot ongeveer 2015 stond in Nederland en daarbuiten de zogenoemde transmedicalisering centraal: een diagnose genderdysforie was een vereiste voor behandeling, gesteld na een uitgebreide psychiatrische beoordeling, met aandacht voor alternatieve verklaringen en co-morbiditeit. Sindsdien is dat model in veel landen — inclusief delen van het Nederlandse zorgveld — ingewisseld voor het affirmatieve model: de zelfverklaarde identiteit van de patiënt is leidend, de rol van de behandelaar verschuift van diagnostiek naar bevestiging.
De prijs van die verschuiving is dat alternatieve verklaringen — verinnerlijkte homofobie, autisme, trauma, een eetstoornis, een autogyneandrofiele parafilie bij volwassen mannen, sociale besmetting bij meisjes — niet meer routinematig worden uitgesloten. Wie als 15-jarig meisje met een geschiedenis van seksueel grensoverschrijdend gedrag, eetproblemen en autisme aan een gendercentrum vraagt om testosteron, krijgt in het affirmatieve model vooral te horen dat haar identiteit serieus genomen wordt. Dat is geen zorg — dat is een handtekening onder een beslissing die ze zelf nog niet kan overzien.
Verhalen die ertoe doen
Walt Heyer
Amerikaans publicist, in de jaren tachtig op 42-jarige leeftijd geopereerd als trans vrouw. Acht jaar later detransitioneerde hij en concludeerde dat zijn dysforie verband hield met seksueel misbruik in zijn jeugd en met een dissociatieve stoornis. Zijn site Sex Change Regret en zijn boeken behoren tot de oudste publieke getuigenissen over spijt.
Keira Bell
Brits, op haar zestiende doorverwezen naar de Tavistock-genderkliniek, kreeg puberteitsremmers, daarna testosteron en op haar twintigste een dubbele mastectomie. In 2020 spande ze een rechtszaak aan tegen de Tavistock en won in eerste aanleg. Haar zaak was een belangrijke aanleiding voor de Cass Review en de sluiting van de Britse jeugd-genderzorg in zijn oude vorm.
Prisha Mosley
Amerikaans, op haar vijftiende gediagnosticeerd, kreeg na enkele sessies testosteron en op haar achttiende een mastectomie. Haar voorgeschiedenis van anorexia, trauma en borderline persoonlijkheidsstoornis werd niet meegewogen. Ze procedeert tegen haar voormalige behandelaars en vertelt openlijk over de blijvende lichamelijke gevolgen.
Chloe Cole
Amerikaans, op haar dertiende gestart met puberteitsremmers, op haar vijftiende mastectomie. Ze detransitioneerde op haar zestiende. Getuigde voor het Amerikaanse Congres en bij meerdere staatsparlementen over wat haar is overkomen, en is een van de gezichten geworden van de Amerikaanse beweging tegen medische transitie bij minderjarigen.
Meer Nederlandstalige verhalen — anoniem of met naam — staan op de pagina verhalen.
Je gevoel is geldig
Spijt voelen wil niet zeggen dat je hebt gefaald of dat je zwak bent. Het is een signaal dat iets niet past, en dat verdient ruimte in plaats van schaamte. Veel mensen met spijt voelen zich onbegrepen, omdat dezelfde omgeving die de transitie aanmoedigde zelden begeleiding biedt bij twijfel of terugkeer. Toch ben je niet alleen: de detrans-gemeenschap groeit en steeds meer mensen delen hun ervaring openlijk. Erkenning, niet-oordelende hulp en lotgenotencontact maken een groot verschil. Op de pagina hulp staan organisaties die onbevooroordeeld kunnen ondersteunen, en in de verhalen vertellen mensen hoe het hun verging.
Wat te doen als je spijt voelt
Spijt is geen verklaring die je in één gesprek aflegt. Het is een proces, en het kan helpen om dat proces stapsgewijs aan te pakken — eerst de acute veiligheid, dan informatie verzamelen, dan beslissingen.
- Begin bij de huisarts. Niet bij het gendercentrum dat de oorspronkelijke behandeling deed. De huisarts kan doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater die buiten het gendercircuit werkt, en kan praktische zaken regelen — bloedonderzoek, medicatieafbouw, doorverwijzing voor lichamelijke klachten.
- Vraag een second opinion buiten het gendercentrum. Een onafhankelijke psycholoog of psychiater die niet werkt vanuit het affirmatieve model kan helpen om de oorspronkelijke diagnose te heroverwegen, en alternatieve verklaringen serieus te onderzoeken.
- Zoek peer support. Detrans-gemeenschappen — online en zo mogelijk offline — bieden herkenning die geen behandelaar kan geven. Op de pagina hulp staan ingangen.
- Bouw medicatie alleen af onder begeleiding. Hormonen abrupt stoppen kan lichamelijke en psychische klachten verergeren. Dit is een traject voor een endocrinoloog of huisarts, niet voor jezelf.
- Geef het tijd. Spijt voelen is niet hetzelfde als beslissen tot detransitie. Sommige mensen blijven in een tussenpositie, anderen detransitioneren geheel of gedeeltelijk. Zie detransitie voor wat dat in de praktijk inhoudt.
Wat niet helpt
Even belangrijk als weten wat te doen, is herkennen wat het proces meestal blokkeert.
- Alleen blijven. Spijt voedt zich met isolement. De aandrang om "het zelf op te lossen" is begrijpelijk maar zelden vruchtbaar — juist omdat de omgeving die de transitie aanmoedigde nu vaak afhaakt.
- Terug naar het gendercentrum dat de oorspronkelijke beslissing nam. De prikkel om de eigen uitkomsten gunstig te houden is groot. Behandelaars die je destijds groen licht gaven, zijn zelden de mensen die je nu het meest neutraal kunnen begeleiden.
- Zelfmedicatie. Op eigen houtje hormonen aanpassen, blokkers stoppen of "andere" hormonen via internet bestellen verhoogt risico's op trombose, hartritmestoornissen, bijnierproblemen en lichaamsbeeldverergering.
- Sociale media als enige bron. Detrans-influencers kunnen herkenning bieden, maar zijn geen behandelaars. Een politieke lezing van je eigen ervaring kan helend voelen, maar lost de medische en juridische vragen niet op.
- Onmiddellijk een nieuwe identiteit kiezen. De aandrang om snel een nieuw verhaal te hebben — "ik ben gewoon een homoseksuele man / een lesbische vrouw / non-binair / detrans" — is begrijpelijk, maar een tussenfase van onzekerheid hoort bij het proces.
Wat kun je doen?
Je gevoel telt, ongeacht wat anderen vinden. Zoek een arts of hulpverlener die je serieus neemt zonder oordeel. Lees verhalen van anderen die hetzelfde meemaakten — herkenning helpt. En weet dat detransitie een mogelijkheid is, geheel of gedeeltelijk.
Transspijt